donderdag 18 december 2008

drank maakt meer goed dan je lief is

Ik vind het mooi om samen vreemdelingen te zijn, dus een eerste sexy date met een romantische vrouw speelt zich voor mij bij voorkeur af op neutraal gebied. Iedereen weet dat dronken worden een prachtige gelegenheid is om verborgen eigenschappen van jezelf en anderen mede dronken mensgenoten te ontdekken. Samen dronken worden op vreemde grond op een eerste sexy date geniet dus nog meer mijn voorkeur dan mijn seksuele.

Heel lang vond ik alcohol simpelweg niet lekker en had ik een hekel aan dronken mensen. Ondertussen leef ik in volledige vrede met alcohol en dronken mensen. Ik laat tegenwoordig alles wat ik in mijn dagelijks leventje zo keurig weet te verstoppen regelmatig, na een paar biertjes teveel, gezellig naar boven komen. In mijn gevalletje komt dan het kind, zeg maar baby, in mij weer naar boven, dat in deze toestand niet zo verlegen is en over indrukwekkende ‘so you think you can dance’ kwaliteiten blijkt te beschikken. Het nadeel is dat ik nog meer ga lullen dan ik normaal al doe, alleen zeg ik nu de dingen die ik anders nooit durf te zeggen en vertel ik verhalen die ik eigenlijk tegen niemand wilde vertellen. Wat dat betreft is alcohol een soort van zelftoegediende waarheidserum in vloeibare en onnodig veel verschillende merken verkrijgbare vorm. Op sommige waanzinnige gastenlijst feestjes bepaal ik met behulp van alcohol zelf wel hoe ver ik te ver kan gaan. De duurste drank die ik ooit heb mogen drinken is dan ook gratis alcohol.

Alcohol, maar ook vermoeidheid en stress, is vaak een verklaring geweest voor gedrag dat ik niet zo goed van mezelf ken. Het haalt de schaduwkant van mijn persoonlijkheid naar boven. Zo heb ik ook een kornuit die in dronken modus alles doet, onzeker mannetje dat hij is, om de aandacht op hem gevestigd te krijgen, waarbij hij naast bijzonder grappig ook behoorlijk baldadig kan worden. Dikwijls heb ik hem dan ook in een authentiek vuistgevecht zien belanden die niet zou misstaan in een oude Batman & Robin televisie episode inclusief tekstballonnetjes als geluidseffecten. Zeker wanneer hij weer eens zeer, overigens geniale en hilarische, seksistische grappen heeft gemaakt over andermans geile vriendinnetjes. De omtrek van borstkas en biceps van de vriend van het desbetreffende en vaak op een foto model lijkend vriendinnetje, maakt hem overigens ook nooit een zak hooi uit. Ik verdenk mezelf er van, dat ik net zo vaak de handdoek voor hem in de ring heb mogen gooien dan ik toiletpapier voor hem heb gestolen om zijn mond mee af te deppen nadat hij met glazig ogen zat bij te komen van het uitkotsen van een straatpizza. Vervolgens hoor ik de dag er op dat hij alweer op straat ergens tussen plaats delict en zijn woning in slaap was gevallen.

Mijn schaduwkant is de persoon die ik niet wil zijn, maar wel ben. Onbewust doe ik mijn best om mijn minder mooie kanten verborgen te houden, voor de verwachtingsrijke en oordelende buitenwereld, maar vooral voor mijzelf. Ik heb een vuilnisbak waar al mijn eigenschappen in verdwijnen waar ik vanaf jongs af heb geleerd dat ze niet goed zijn. Het zou heerlijk zijn om af en toe is gewoon iets tot de ziel kwetsend te zeggen tegen iemand, of een enorme ‘suckerpunch’ in het gezicht te doneren, die mij oprecht niet aanstaat. Gelukkig hebben mijn ouders vroeger braaf hun best gedaan om mij dat af te leren. Een innerlijke vuilnisbak met ongecontroleerde woede en liefde, sterke seksuele driften, ziekelijke jaloezie, het is allemaal weggestopt gedrag dat ik altijd met me meedraag. In tegenstelling tot het vuilnisbakje op het scherm van mijn kaviaardure MacBook kan ik de inhoud hiervan nooit definitief verwijderen. Maar in dronken toestand staat het allemaal in Japan tempo weer op mijn desktop op ‘Realplayer’ te draaien.

Ik ben niet van mening dat mijn schaduwkant alleen maar narigheid bevat. Het is ook mijn schatkist vol spul waar ik afstand van heb gedaan, maar wat ik in mijn dagelijks leven goed zou kunnen gebruiken. Sommigen van mijn ogenschijnlijk onplezierige kanten zijn al die jaren misschien ten onrechte weggestopt. Eigenschappen die wel degelijk hun waarde hebben als ik ze niet als negatief zou bestempelen.

Ik voel mij dan ook een completer mens sinds ik vaker de bloemetjes buiten zet en meerdere kanten van mijzelf heb leren kennen, vooral de minder leuke. Mijn minder leuke kanten heb ik vooral ontdekt door heel kritisch mijn medemensen te observeren. Alles wat ik bewonder in iemand en alles wat mij ergert aan iemand, heeft geholpen mijzelf beter te begrijpen. Iedereen is een spiegel voor me. De eigenschapen van een ander waar ik mij aan erger of die ik bewonder, zijn de eigenschappen die ik zelf misschien iets teveel heb of juist iets meer van zou kunnen gebruiken.

De afkeer die ik heb van mannen die behoorlijk vrij omgaan met vrouwen vertelt mij dat ik zelf wat minder geremd zou willen zijn. Dat ik best toe zou mogen geven aan mijn seksuele gevoelens. Dat vreselijk kapsones joch van mijn middelbare school die altijd maar opschepte over hoe goed hij overal in was, heeft mij geleerd om mezelf wat vaker met correcte zelfingenomenheid op de natuurlijk onbehaarde borst te kloppen. Af en toe ben ik veel te bescheiden, al zeg ik het zelf, waardoor ik nooit helemaal goed uit de verf kom.

Met de toepassing van deze ‘spiegelogica’ helpt iedereen mij op genereuze en geheel onbaatzuchtig manier steeds meer te worden wie ik ben. Ik heb positieve en negatieve kanten die bij elkaar horen. Ik heb ze allebei volledig inzetbaar nodig om te kunnen groeien. Slechte eigenschappen waren per definitie pijnlijk om onder ogen te zien, maar hoe pijnlijker het was, hoe blijer het me uiteindelijk maakte. Het was niet leuker dan Sinterklaas zijn baard eraf trekken om de mindere kanten van mijzelf te leren kennen, maar dronken was het wel makkelijker om ze te ontdekken, en het leverde me wel een terra-bite aan informatie over mijzelf op.

Tegenwoordig smaakt alcohol me een stuk beter, maar ik voer hier geen campagne voor openbare dronkenschap. Ik besef wel dat drank in zekere zin en tot op zekere en eenzame hoogte niet alleen meer kapot maakt dan me lief is, maar ook meer goed maakt dan me lief is. Denk dat ik Darth Vader zo even sms om een drankje te gaan drinken in cafe The Darkside en een toost uit te brengen op de mij die ik niet wil zijn. Proost, en neem er zelf ook eentje teveel, maar met mate.

schietschrijf

mensen vragen mij wel eens waarom ik schrijf, aangezien ik er niet rijk van ben geworden en het er waarschijnlijk ook nooit door zal worden. alhoewel ik als copywriter af en toe echt schandalig hoge uurtarieven kan hanteren. plus al die uren die je alleen doorbrengt met je schriftje en papier...

het snelste antwoord dat ik kan geven is:”omdat ik het leuk vind”. maar ik doe het natuurlijk omdat het een uitlaatklep is. om mezelf aan me uit te leggen. om al mijn opgedane kennis en ervaring te ordenen. pure zelftherapie.

er zijn drie visies op mezelf: vanuit mezelf, vanuit de spiegel en vanuit het publiek. als ik schrijf, ben ik bezig met het effect wat ik heb op mensen, op het publiek. ik wil communiceren en gecommuniceerd worden. ik wil mijn gedachten delen, omdat ik dan weet dat ik niet alleen ben. als ik ooit een boek zou schrijven is het voor mij een lange e-mail aan hopelijk een heleboel mensen. ik wil delen wat in mij is, maar ik hou ook rekening met het effect van mijn woorden op het publiek. zoek ik erkenning, of liefde, wil ik mensen vermaken?

tot mijn 25ste schreef ik voor mijzelf, puur voor mijzelf. totdat ik op een dag ineens een switch omzette en ging schrijven voor een denkbeeldig publiek. waar ik toen ook ineens 300 koppensterk voor op het podium stond, met een heuse cabaret act van 20 minuten. daarin deed ik mijn zeer persoonlijke gedachten uit de doeken, kondigde mij aan als een ‘CabareSoof’ en deed mijn ding als onervaren podium maagd (alhoewel ik al vaak op het podium had gestaan toen ik nog gitaar speelde in een metal-band, maar dit was wel even wat anders).

de reacties waren verrassend positief. cabaretier guido weijers bood zelfs aan om mij te begeleiden in mijn ‘carrière’, maar ik ben toch meer van de theo maassen’s in het land der cabaretiers. bovendien was het niet mijn ambitie om cabaretier te worden. het was zo’n ‘try before you die’ moment, ik wilde gewoon kijken of ik wat te melden had, iets waardevols kon overdragen buiten seksuele aandoeningen. die ik overigens niet heb.

het antwoord was bevredigend, de jury vond mij origineel, spannend, intelligent grappig, mijn act had een duidelijke kop staart en rode draad, maar ik was nooit hilarisch. ondanks mijn onervarenheid en gespannenheid viel het hun op dat ik wel de aandacht van het publiek vast hield, maar ze dachten dat ze me avondvullend niet konden volhouden. precies wat ik al dacht van mijzelf. maar ik had mensen geraakt met dingen die mij raakten. en ik werd nog meerdere malen herkend en aangesproken door mensen uit het publiek toen ik allang weer als anonieme burger door het leven ging.

deze op moedige manier behaalde ervaring hielp mij helemaal van mijn schroom af. ik voelde mij ineens verplicht om mijn gedachten te delen, ook al werd ik niet altijd begrepen. nog steeds niet. en er was ook natuurlijk enige arrogantie voor nodig om te denken dat ik iets toe te voegen heb. maargoed, bevestiging alom, al is het vaak maar van enkele personen.

schrijven helpt mij ook om het verleden een beetje te herstellen. er zijn vroeger dingen gebeurd die ik met niemand zal bespreken, behalve dan met de direct betrokkenen. "none that need to be spoken".
maar in principe schrijf ik omdat ik gek ben op letters, woorden, zinnen, verhalen, metaforen en boodschappen.

omdat ik het niet laten kan.

identiteitsproblemen

hoor ik bij de blanke mensen of bij de gekleurde? volgens vele doctoren die onderzoek deden naar de identiteitsvorming van geadopteerden, is dit voor veel adoptiekinderen een issue. nu ben ik niet geheel ontoevallig een gekleurd adoptiekind, uit jakarta wel te verstaan.

sinds mijn derde levensjaar woon ik in nederland in een adoptie gezin. natuurlijk voelt het leven voor mij sindsdien vaak als een dubbelrol, terwijl ik er zeker niet dubbel voor uitbetaald krijg of er een oscar mee ga winnen.
maar even serieus, terwijl ik opgroeide voelde ik mij vaak tot de ‘witte’ categorie gerekend. ‘jij bent ook gewoon nederlands, van binnen ben jij ook blank’. in mijn gezin werd vaak geen aandacht besteed aan het feit dat ik een ander kleurtje had, ze beschouwden mij als gelijke en ik leerde dan ook geen verschil tussen ons als mensen. maar op school werd ik aangesproken op mijn kleur wanneer andere kinderen me wel eens poepchinees noemde. ik moest continu switchen tussen waar ik bij hoorde. ik ontwikkelde een meervoudige identiteit, een talent dat ik denk ik ook wel zou hebben als ik niet van javaanse afkomst zou zijn. want zoals typhoon zegt in ‘zo niet mij, maar toch ben ik het’: “fok 1, ik ben meerdere personen!”

mijn adoptieouders hadden er natuurlijk een goede reden voor om mij als kind te willen ‘witwassen’. ze ontkennen de kleur, omdat het kind daarmee 100 procent deel uitmaakt van het gezin. dit idee is natuurlijk hartstikke goed, maar het nadeel is dat ik dan als adoptiekind niet wordt voorbereid op allerlei probleempjes.

toen mijn ouders zeiden: ‘mijn kind komt weliswaar uit indonesië, maar eigenlijk is het gewoon mijn kind, ontkende ze op dat moment dat ik op straat wel geconfronteerd werd met mijn huidskleur. het was wellicht beter om mij als adoptiekind bewust te maken van mijn eigen kleur en geschiedenis, zodat ik al jong werd voorbereid op een volwassen leven in een maatschappij waarin ik wel degelijk wordt gezien als ‘anders’, dat wil zeggen als een nieuwe nederlander of een niet nederlander.

niet dat mijn ouders mij slecht hebben opgevoed, in tegendeel, ik ben elke dag dankbaar voor het gezin waarin ik als wees ben opgenomen. ze hebben mij alles geboden wat ze te bieden hadden, gaven mij kansen en opties die ik anders nooit zou tegenkomen, en ze houden van mij als biologisch familielid.
maar sommige dingen moest ik zelf leren in het leven, omdat zij simpelweg niet beter wisten, en daar geef ik mijn ouders nooit de schuld van.

ik heb lang genoeg zonder de waarden en oordelen van mijn ouders mogen leven om zelf te ontdekken wie ik ben. en het doet me dus ook niets als een blanke onwetende nederlander ‘sambal bij?’ of ‘kutchinees’ naar me roept als ik voorbij fiets (ja dat gebeurt anno 2008 nog steeds), terwijl ik hun eigen taal beter beheers dan menig nederlanders en ook vaak meer weet over hun eigen cultuur dan zijzelf. ook zij weten niet beter, en dat is niet mijn probleem.

mijn meervoudige identiteit heeft ook voordelen. ik ben er aan gewend dat ik vragen krijg uit de directe buitenwereld. ik heb een voorsprong op degenen die de vragen stelt. ik sta sterker in mijn schoenen. in de eerste plaats bescherm ik ook mijzelf. ik ben waardevol en niet een afgeleide van iets of iemand, en dat is een luxe bewustzijn. tijd hebben voor zelfanalyse betekent in luxe leven. ik begrijp volgens mij in tegenstelling tot autochtone nederlanders beter hoe bepaalde processen werken, zoals bijvoorbeeld hoe ongelijkheid werkt in de samenleving.

de dominante werkcultuur van nederland dwingt mij sowieso om aan te passen, te integreren. en daar zeur ik niet over ( alhoewel ik vind dat het leven veel te lang duurt om me aan te passen). ik heb een gereserveerde houding en ben cerebraal, ik ben gericht op denken. ik heb best een scherm om mij heen, toch deel ik mijn gevoel wel, maar met intimi, me vrienden. toch leerde ik om nuances aan te brengen in mijn gedrag en taalgebruik, zodat ik door mijn verbeterde sociale vaardigheden sneller werd geaccepteerd door ‘anderen’. en dat klopte ook voor mijn gevoel. ik mag afgerekend worden op mijn vaardigheden, op wat ik doe. niet op mijn kleur huid of afkomst. net zo min dat ik ermee zou willen pronken dat ik allochtoon ben, als dat überhaupt iets op zou leveren.

tot slot: dat ‘er anders uit zien’ moet men niet onderschatten. niemand is makkelijk te plaatsen. ikzelf confronteer mij al vaak genoeg met de vraag ‘wie ben ik?’ maar niet ik heb een identiteitsprobleem, mensen die anderen mensen niet kunnen zien als de persoon die ze echt zijn, door zich te concentreren op de talenten en vaardigheden die een persoon heeft, hebben een identiteitsprobleem.

bijgeloofwaardig

laatst had ik een grappige en interessante woordwisseling met een gast die erg bijgelovig bleek. als ik niet zeker wist dat het een man was, had ik gedacht dat hij een vrouw was, zoveel neurotische gedachtes hield hij erop na waarmee hij zijn wereld dacht te kunnen controleren. daarmee wil ik niet zeggen dat iedere vrouw neurotisch is of op zijn minst bekoorlijke neurotische trekjes heeft, alleen de vrouwen waar ik een relatie mee heb gehad.

ook de meeste van me vrienden zeggen vaak tegen me, zelfs nog na 10 biertjes, te nuchter te zijn voor bijgeloof, maar ze zullen waarschijnlijk toch niet snel hun trouwerij op vrijdag de 13e plannen, mochten ze het ooit in het hoofd halen om de knoop door te hakken (terwijl iedereen die 'the davinci code' heeft gelezen of gezien nu toch weet waar vrijdag de 13e zijn oorsprong heeft). en er wordt om mij heen nog zo verdacht veel ‘afgeklopt’ op alles wat lijkt op hout dat mijn klopgeesten er jaloers van worden. en als er geen hout in de nabije omtrek aanwezig is klopt men wel op iets anders dat klopt. je weet maar nooit.

ook ik ken de behoefte om gebeurtenissen te beïnvloeden door handelingen te doen of zaken te vermijden die er op zich helemaal niks mee te maken hebben.

zo droeg ik alleen nog maar dat specifieke paar sokken tijdens atletiek wedstrijden, die ik aanhad toen ik voor de eerste keer clubkampioen werd van mijn atletiekclub (a.v.a. ‘81 almere) in mijn leeftijdsklasse. en warempel, ik werd het jaar daarop weer clubkampioen. op diezelfde paar sokken, met gaten ondertussen. wat een helden, die sokken, met mij er op.

ook raakte ik ooit als kind ruim een half uur opgesloten in het toilet van een frans wegrestaurant, omdat ik het slot van die rare franse toiletdeur niet meer open kreeg. vreselijke ervaring, terwijl ik helemaal niet claustrofobisch onderlegd ben, maar ik was nog erg jong. dat half uur duurde voor mijn gevoel een hele zomervakantie aangezien de mensen aan de andere kant van de deur een andere taal spraken en bovendien niet mijn moeder waren. jarenlang heb ik het slot van welk toilet dan ook altijd opengelaten. een gewoonte die ik nog steeds hanteer, alleen niet meer exclusief voor toiletdeuren. ik haat het dichtdraaien van sloten en dat heeft niks met bijgeloof te maken, eerder van een algemene positieve instelling.

maar zo zijn er wel meer voorbeelden te noemen van momenten waar bijgelovige rituelen werden geboren. NEE, ik gebruik niet nog steeds hetzelfde condoom die ik droeg toen ik ontmaagd werd! sterker nog, ik heb nu totaal geen last meer van bijgeloof. ik zou op vrijdag de 13e nog met een zwarte kat onder mijn arm dwars door een spiegel lopen die onder een ladder staat.

maar is bijgeloof dan totale onzin voor me geworden? nee, niet helemaal. ik denk dat bijgeloof vooral voortkomt uit de menselijke behoefte om de wereld om ons heen, en onze rol daarin, te kunnen duiden. het verkleint de angst voor het onbekende. want zelfs de illusie van controle op mijn leven helpt mij meer vertrouwen te hebben om dingen tot een goed einde te brengen. mijn angsten te overwinnen. bijgeloof werd pas ongezond toen ik niet meer zonder bepaalde rituelen durfde te leven. toen voedde bijgeloof juist de angst die ik eigenlijk wilde bedwingen. maar dat is gelukkig al een hele tijd en een heleboel nieuwe angsten geleden.

achteraf weet ik alles van tevoren

het gegeven dat ik nog zoveel plannen kan maken, maar dat ik uiteindelijk machteloos lijk te staan tegenover het leven, dat toch uiteindelijk weer een andere wending neemt dan ik dacht of hoopte, speelt al sinds vrij jonge leeftijd in mijn hoofd. en dat terwijl ik nog zo jong ben.

niemand is echt deskundig op het gebied van geluk, alhoewel een aantal spirituele wijsgeren een heleboel nuttige dingen over het gegeven geluk hebben geschreven en verkondigd, maar ik hoop dat men begrijpt wat ik hiermee bedoel.

als cognitief persoon geloof ik sterk in de maakbaarheid van mijn eigen geluk, maar dikwijls voel ik die grond onder mijn voeten wegzinken als atlantis.

of ik nou in het lot geloof of niet, ik heb net als iedereen te maken met het lot. in mijn nederige leven lopen dingen vaak anders dan gepland, plannen gaan nu eenmaal vaak heen waar ze willen.

ook wanneer ik schrijf gaat het verhaal een andere kant op dan ik had verwacht, terwijl ik meestal toch behoorlijk gestructureerd te werk ga.

ik ben erg georganiseerd, maar aan de andere kant hou ik er ook van om argeloos te leven. het liefst kies ik voor een leven zonder agenda, ’go with the flow and let it float’. nooit een plan b hebben, gewoon die weg in slaan zonder weg terug. proberen te genieten van die momenten waarop iets onomkeerbaars gebeurd.

ik ben niet van mening dat ik, omdat het leven toch zijn eigen gang gaat, alles maar moet laten gebeuren. dat zou kunnen leiden tot nihilisme, alsof het allemaal toch niets uitmaakt. die fase heb ik ook eventjes doorgemaakt en daar werd ik niet vrolijk van.

weten dat ik niet alles kan beheersen helpt wel om meer te relativeren en te accepteren. ik probeer te veranderen wat ik niet kan accepteren en te accepteren wat ik niet kan veranderen in het leven. en dat klinkt helemaal niet als een slecht plan.