hoe fitter het lichaam hoe mooier...
al een tijdje een gigantische rage.
zo bevredigend een strak lijf,
kraakheldere tanden,
gebruind huidje.
mensen gaan massaal naar sportscholen.
veel gaan met de gezonde tegenzin van een healthfreak, of tegen beter weten in.
of gewoon omdat het er bijhoord.
je hebt de eenmalige bezoekers die het verwaarlozen van het lichaam en gezondheid na een weekendje flink stappen denken te compenseren met een paar uurtjes sportschool.
onzekere meiden die een trui om hun middel binden zodat ijzervretende spierbundels niet naar hun kontjes kunnen kijken die in de ogen van de desbetreffende meisjes toch altijd te groot en imperfect zal blijven. maar wel een strakke glimmende legging dragen in plaats van een ruime joggingbroek.
hoe perfecter de meiden overigens fysiek ogen hoe onzekerder ze vaak zijn...maar da's niets nieuws.
luidruchtige marokaanse jongens die in een onderbroek en nietszeggende duur ogende sieraden in de sauna zitten, terwijl ze over lekkere chickies, voetbal, kickboxen, dure merken en dure auto's schreeuwen en vaak niet verder dan 6 kunnen tellen, omdat ze alleen maar oog hebben voor hun eigen buikspieren die ze dan ook met hun telefoontjes veelvuldig fotograferen zodat ze die op hyves kunnen plaatsen.
dunnen kansloze slungelige jongens met brilletjes en hopeloos nerderige kapsels die hopen door wat spiertjes te kweken meer respect te krijgen in welke vorm dan ook. je ziet ze al zuchtend en kreunend dromen over betere en populairdere tijden.
gigantische vethopen die meer op zeerobben of nijlpaarden lijken dan mensen en de wet van Newton tarten op de constructies van de loopband of fietsapparaat, omdat ze van de doctor te horen gekregen hebben dat ze aan cardio fitness moeten gaan doen om hun hartinfarct nog even uit te stellen. Dit alles in veel te strakke kleding, maar ja, waar vind je nog zoooo veel vet omhullende kleding als er op de catwalks tegenwoordig alleen maar boulimia practiserende modellen op en neer lopen? what's next, anorexia baby's in luier reclames?
de op knappen staande aderen van reusachtige ijzervreters die zo verslaafd zijn geraakt aan de groei van hun eigen spieren dat het resulteert in een gemiddelde draaicirkel die ronduit lachwekkend is om naar te kijken. Of je kijkt naar de documentaire 'Pumping Iron' over "the governor" Arnold Schwarzenegger in zijn prime time en probeert met dezelfde perfectie Mr. Universe te worden, of je houdt de groote van je spieren gewoon functioneel denk ik dan. een mier kan wel meer dan 20 keer zijn eigen lichaamsgewicht optillen, maar daar maakt hij ook elke dag gebruik van. ik zie geen mens met 500 kg zware Super de Boer tassen rondlopen.
om nog maar te zwijgen over die viesbruine menswezens die zo vaak onder de kunstzon liggen dat ik al bijna huidkanker krijg door naar ze te kijken. en dan lopen er ook nog eens gebleekt tanden, gebotoxte lippen, implantaattieten, gewaxte schaamstreken, gecorrigeerde schaamlippen en god weet gebleekte anussen rond.
over gewaxte schaamstreken gesproken, het zou toch fijn zijn om in ieder geval het idee te hebben dat ik orale sex uitoefen op een volwassene, maar dit even terzijde...
het maakbare mooie lichaam weegt bij mij niet op tegen de onweerstaanbare weerzin om met zijn allen op die apparaten voor al die spiegels te zitten zweten.
dan maar wat minder mooi.
nou moet ik toegeven dat ik zelf 2 jaar 2x per week naar de sportschool ging. hoe zou ik anders bovenstaande observaties kunnen verwoorden?
ik vraag mij trouwens af waarom al die energie die we daar liepen te verspillen niet kan worden omgezet om bijvoorbeeld de sportschool zelf van energie te voorzien,
maar ook dit eventjes terzijde...
ik hield mijn tripjes naar de sportschool vol omdat ik met een doel naar de sportschool afreisde. ik ging niet voor een mooier lichaam om slechts mee te pronken, maar om een fuctioneler lichaam te kweken voor de sport die ik al 6 jaar graag beoefen.
Capoeira, een Braziliaanse vechtkunst die muziek, zang, filosofie, cultuur, acrobatiek en vechtkunst combineert. gevoel voor ritme, coordinatie, evenwicht, flexibiliteit, uithoudingsvermogen en kracht is voor de fysieke aspecten bij Capoeira zeer behulpzaam. dus ik trainde voor krachtigere, lange en duurzame spieren gecombineerd met een puike conditie.
na 2 jaar hield ik het toch voor gezien, ondanks dat ik met 8 kilo zuiver spier meer op mijn botstructuur ook onvermijdelijk meer aandacht kreeg van het vrouwelijk (en mannelijke) geslacht. drie keer per week twee uur Capoeira is voor mij echter genoeg, sporten doe ik uiteindelijk voor mijn plezier en in dit geval zelfs met passie.
ik ben van mening dat mijn lichaam nu dan ook precies is zoals het moet zijn, precies wat ik nodig heb en niet meer dan dat ik gebruik.
donderdag 11 december 2008
lees dit geod!
soms lees ik dingen verkeerd
maar dat ontdek ik altijd pas later
of ik ontdek het niet
misschien heb ik alles wat ik las wel verkeerd gelezen
dat weet ik niet
ik weet niet of dat erg is
dingen verkeerd lezen kan heel verhelderend zijn
soms denk ik dingen verkeerd te lezen
dan geloof ik even niet wat ik lees
dat lijkt een beetje op ontdekken dat ik iets verkeerd gelezen heb
ik las ooit een zin over
maar het lukte mij niet om hem te begrijpen
ik begrijp hem nog steeds niet
vermoedelijk lukt het me niet hem goed te lezen
ik vraag mij af of hij wel goed te lezen is
zou begrijpen wat er staat
dat wil zeggen 'denken te begrijpen wat er staat'
niet juist betekenen dat ik hem verkeerd gelezen heb?
ik vermoed dat de schrijver wel degelijk de bedoeling had iets te schrijven dat kon worden begrepen
maar dat hij de weg kwijtraakte in de beeldspraak
ik wordt erg vrolijk van zo'n zin
ik moet er om lachen als een goede grappige grap
ik raak er ook een beetje op een milde kermisattractie achtige manier draaierig van
niet onprettig
zoiets als net iets te kort gekieteld worden
het effect is vergelijkbaar met dat van een Zen-koan als 'wat is het geluid van 1 klappende hand?'
goede grappige grappen zijn weerbarstig
demontage lukt ook niet
er blijft iets waar ik mijn vingers niet achter krijg
wat ik met woorden niet bereik
ik heb daar als het ware een ander stuk brein voor nodig
verkeerd lezen helpt daarbij
je kan bovenstaande zin ook lezen als
"ik heb daar als het ware een ander, stuk brein voor nodig.'
get it?!
sommige dingen kan ik dus niet goed lezen
er zijn ook dingen die ik niet anders dan verkeerd kan lezen
wat erop neerkomt dat ik ze altijd goed lees
want verkeerd is dan goed
en goed verkeerd
ik lees die dingen goed en verkeerd tegelijkertijd
soms hoop ik dat ik dingen verkeerd lees
veel nieuwe woorden ontstaan zo
door onbegrip en misverstand
veel verdwijnen helaas ook weer
je zou maar woordenboeken maker zijn
die geven de taal haar uiteindelijke vorm
de vorm die ze zal hebben als niemand meer iets anders uitspreekt
men denkt misschien dat nieuwe woorden uitvinden hun voornaamste werk is
niets daarvan!
zij vernietigen woorden
bij dozijnen
bij honderden
iedere dag
zij benen de taal helemaal uit
tot slot ben ik van mening dat het woord 'dekbed' vervangen moet worden door het veel logischer 'beddek'.
maar dat ontdek ik altijd pas later
of ik ontdek het niet
misschien heb ik alles wat ik las wel verkeerd gelezen
dat weet ik niet
ik weet niet of dat erg is
dingen verkeerd lezen kan heel verhelderend zijn
soms denk ik dingen verkeerd te lezen
dan geloof ik even niet wat ik lees
dat lijkt een beetje op ontdekken dat ik iets verkeerd gelezen heb
ik las ooit een zin over
maar het lukte mij niet om hem te begrijpen
ik begrijp hem nog steeds niet
vermoedelijk lukt het me niet hem goed te lezen
ik vraag mij af of hij wel goed te lezen is
zou begrijpen wat er staat
dat wil zeggen 'denken te begrijpen wat er staat'
niet juist betekenen dat ik hem verkeerd gelezen heb?
ik vermoed dat de schrijver wel degelijk de bedoeling had iets te schrijven dat kon worden begrepen
maar dat hij de weg kwijtraakte in de beeldspraak
ik wordt erg vrolijk van zo'n zin
ik moet er om lachen als een goede grappige grap
ik raak er ook een beetje op een milde kermisattractie achtige manier draaierig van
niet onprettig
zoiets als net iets te kort gekieteld worden
het effect is vergelijkbaar met dat van een Zen-koan als 'wat is het geluid van 1 klappende hand?'
goede grappige grappen zijn weerbarstig
demontage lukt ook niet
er blijft iets waar ik mijn vingers niet achter krijg
wat ik met woorden niet bereik
ik heb daar als het ware een ander stuk brein voor nodig
verkeerd lezen helpt daarbij
je kan bovenstaande zin ook lezen als
"ik heb daar als het ware een ander, stuk brein voor nodig.'
get it?!
sommige dingen kan ik dus niet goed lezen
er zijn ook dingen die ik niet anders dan verkeerd kan lezen
wat erop neerkomt dat ik ze altijd goed lees
want verkeerd is dan goed
en goed verkeerd
ik lees die dingen goed en verkeerd tegelijkertijd
soms hoop ik dat ik dingen verkeerd lees
veel nieuwe woorden ontstaan zo
door onbegrip en misverstand
veel verdwijnen helaas ook weer
je zou maar woordenboeken maker zijn
die geven de taal haar uiteindelijke vorm
de vorm die ze zal hebben als niemand meer iets anders uitspreekt
men denkt misschien dat nieuwe woorden uitvinden hun voornaamste werk is
niets daarvan!
zij vernietigen woorden
bij dozijnen
bij honderden
iedere dag
zij benen de taal helemaal uit
tot slot ben ik van mening dat het woord 'dekbed' vervangen moet worden door het veel logischer 'beddek'.
belangrijke boodschap
De hele dag wordt ik geterroriseerd met letters en logo's. Twee fietspedaaltrappen van huis valt de eerste bom. "Lionel Richie live in de HMH" legt een gigantisch billboard my uit. 'Hello, it is not me you're looking for' denk ik chagrijnig onder invloed van mijn zeldzame ochtend humeur. Een paar flauwe haarspeldbochten verder volgt het volgend salvo en zie ik vlaggetjes met "verse broodjes", een stoeptegel met "hond in de goot", een elektronisch bord die mij verteld wat er allemaal te doen is in het Westerpark en een poster met "ongewenst zwanger, wat nu?".
In feite ben ik onderweg naar waar dan ook dus continu aan het lezen. Doodvermoeiend is het. Als ik er op ga letten wordt lezen een soort visuele handicap: zo gauw ik in een geletterde omgeving ben is het alsof deze tegen mij praat.
Gelukkig filtert mijn waardevolle brein meteen wat mij wel en niet aangaat. Vooral in de stadse omgeving van mij pitoreske woonplaats Amsterdam worden heel wat boodschappen grof weggefilterd. Vaak heb ik geen flauw idee hoe een bedrijf heet terwijl ik het bord elke dag zie.
Soms werkt het filter helaas niet zo goed. In een omgeving met weinig letters bijvoorbeeld. Dan 'tracktorbeamed' mijn geest al die schaarse letters moeiteloos naar binnen. Een dagje aan zee op het strand wordt gigantisch verpest doordat ik meer aandacht heb voor de mededelingen achter de sportvliegtuigjes dan voor het mooie blauw van de lucht of het alarmerend rood op de schouders van mijn ex geliefde.
Maar het kan ook zijn dat ik zelf het boodschappenfilter uitzet, omdat ik geen letter wil missen.
In feite ben ik onderweg naar waar dan ook dus continu aan het lezen. Doodvermoeiend is het. Als ik er op ga letten wordt lezen een soort visuele handicap: zo gauw ik in een geletterde omgeving ben is het alsof deze tegen mij praat.
Gelukkig filtert mijn waardevolle brein meteen wat mij wel en niet aangaat. Vooral in de stadse omgeving van mij pitoreske woonplaats Amsterdam worden heel wat boodschappen grof weggefilterd. Vaak heb ik geen flauw idee hoe een bedrijf heet terwijl ik het bord elke dag zie.
Soms werkt het filter helaas niet zo goed. In een omgeving met weinig letters bijvoorbeeld. Dan 'tracktorbeamed' mijn geest al die schaarse letters moeiteloos naar binnen. Een dagje aan zee op het strand wordt gigantisch verpest doordat ik meer aandacht heb voor de mededelingen achter de sportvliegtuigjes dan voor het mooie blauw van de lucht of het alarmerend rood op de schouders van mijn ex geliefde.
Maar het kan ook zijn dat ik zelf het boodschappenfilter uitzet, omdat ik geen letter wil missen.
ding
Ik ben nog steeds een voorstander van de "dingheid" van dingen.
Legers van enen en nullen nemen zo ongeveer de wereld over op dit moment (het is wachten op een binair woordenboek) en juist daarom denk ik dat het mij als mens altijd goed zal blijven doen om geregeld zelf lichamelijk in de buurt van kunst of bepaalde inspirerende objecten aanwezig te zijn. Als computers en robots de wereld overnemen dan solliciteer ik als nachtwaker in het laatste museum op aarde.
Het daadwerkelijk vasthouden van een boek of elpee waarvan ik helemaal uit mijn plaat ga, kan mij bijna letterlijk fysiek uit mijn eigen wereld halen. De impact is enorm. In het beste geval hou ik het equivalent van een nieuw paspoort in mijn handen dat me toegang geeft tot een andere plek. Een plek waar ik altijd op gehoopt had, maar nooit gezien en door zo'n object in mijn handen te hebben voel ik dat mijn eigen wereld opengebroken wordt.
Gelukkig ben ik zonder MSN opgegroeid tussen boekminnende, muziekminnende en kunstminnende ouders, en heb als adoptie kind de stinkende mazzel gehad een behoorlijk verantwoorde opvoeding te kunnen genieten. Sindsdien kwamen de boeken die ik moest lezen en de platen die ik moest horen altijd op het juiste moment vanzelf in mijn leven. Alsof zij de leraar waren die wisten wanneer ik, de leerling, klaar voor ze was.
Het is interessant om mezelf af te vragen wie ik zou zijn zonder de boeken die ik gelezen heb in mijn leven. Zonder muziek die ik geluisterd en gehoord heb. Wat blijft er dan eigenlijk over van mijn zelfgebouwde identiteit?
Legers van enen en nullen nemen zo ongeveer de wereld over op dit moment (het is wachten op een binair woordenboek) en juist daarom denk ik dat het mij als mens altijd goed zal blijven doen om geregeld zelf lichamelijk in de buurt van kunst of bepaalde inspirerende objecten aanwezig te zijn. Als computers en robots de wereld overnemen dan solliciteer ik als nachtwaker in het laatste museum op aarde.
Het daadwerkelijk vasthouden van een boek of elpee waarvan ik helemaal uit mijn plaat ga, kan mij bijna letterlijk fysiek uit mijn eigen wereld halen. De impact is enorm. In het beste geval hou ik het equivalent van een nieuw paspoort in mijn handen dat me toegang geeft tot een andere plek. Een plek waar ik altijd op gehoopt had, maar nooit gezien en door zo'n object in mijn handen te hebben voel ik dat mijn eigen wereld opengebroken wordt.
Gelukkig ben ik zonder MSN opgegroeid tussen boekminnende, muziekminnende en kunstminnende ouders, en heb als adoptie kind de stinkende mazzel gehad een behoorlijk verantwoorde opvoeding te kunnen genieten. Sindsdien kwamen de boeken die ik moest lezen en de platen die ik moest horen altijd op het juiste moment vanzelf in mijn leven. Alsof zij de leraar waren die wisten wanneer ik, de leerling, klaar voor ze was.
Het is interessant om mezelf af te vragen wie ik zou zijn zonder de boeken die ik gelezen heb in mijn leven. Zonder muziek die ik geluisterd en gehoord heb. Wat blijft er dan eigenlijk over van mijn zelfgebouwde identiteit?
ik zwaai niet zomaar met een stokje, ik dirrigeer er mee.
Goede schrijvers schrijven. Slechte schrijvers schrijven taal. Ze verzamelen woorden, rukken zich erop af en stellen de resulterende brij tentoon. Ze schrijven niet voor lezers. Ze schrijven voor schrijvers. Althans, dat hopen ze.
Taal is een gereedschap, niet meer of niet minder. Vooral niet meer! Als lezer heb ik geen interesse in taal. Ik lees geen taal, ik lees dankzij taal. Door middel van de taal. Ik wil dwars door de taal heen aangesproken worden door een idee, een beeld, een gevoel... Ik wil een verse brok denk - of voelvoer krijgen, een stevige mentale stelling waarop ik vervolgens zelf naar eigen goeddunken kan beginnen te wankelen.
Als ik televisie kijk zit ik toch ook niet naar het scherm zelf te kijken? Ik kijk naar het beeld dat erdoorheen geblazen wordt. Ik wil informatie krijgen, ontroerd, verrast, ja eventueel zelfs irritatie opwekken door wat mij wordt voorgeschoteld. Maar niet door de ruis op het scherm. Op precies dezelfde manier is taal een doorgeefluik, een dienaar van communicatie.
Als ik schrijf moet ik taal genadeloos buigen rond het idee dat ik wil uitdrukken. Ik moet haar onderwerpen, gebruiken. Er mee experimenteren, maar niet verheerlijken, er niet op geilen.
Taal fungeert als een lens. De achterliggende boodschap moet er dan ook zo perfect mogelijk door in beeld gebracht worden, zo intens mogelijk versterkt. Zo nauwkeurig mogelijk scherp gesteld. En dus moet de lens helder zijn. Of het nu om een handleiding gaat, een krantenartikel, een reclame slogan, een column of een gedicht, dat doet niets terzake. Al naar gelang het soort tekst zal een andere lens ingezet worden: een iets boller exemplaar, of een sterk subjectief gekleurd exemplaar, of een zeer ironisch geslepen exemplaar, maar in elk geval een zuiver exemplaar.
Ik probeer dus voortaan gewoon te schrijven wat ik te zeggen heb. Slijp als een vakman aan mijn beeld tot het scherper, mooier, nieuwer, harder, treffender, groter, kleiner...wordt. Maar ik maak het beeld niet moeilijker, vervuil het niet met literair gedoe.
Als lezer wil ik geen code ontcijferen, ik wil lezen. De taal moet het liefst zo nauwgezet gepolijst worden dat ze als het ware zelf uit het zicht verdwijnt. Zoals een televisiescherm verdwijnt. Of een brilglas. Je kijkt tenslotte ook alleen maar naar die dingen wanneer ze niet goed werken of vuil zijn. Het achterliggende beeld zelf moet ook licht geven, anders is het gehele schrijfsel al bij voorbaat een volstrekt zinloze operatie. Evenmin mag de taal als een vettige film over het oorspronkelijke beeld gaan liggen.
Toch liep het ontzettend vaak fout. Talrijk zijn de voorbeelden waarbij ik op irritante en vermoeiende wijze uitpakte met de taal zelf. Waarbij ik allerlei extatische taalkunstjes opvoerde als een soort literaire masturbatie. Hoeveel dichters wentelen zich niet zo blind en zelfgenoegzaam in "taligheid" dat ze er tenslotte zelf hopeloos in verstrikt geraken? En hun lezers helaas vlotjes met hen. Ook ik stak kostbare tijd en energie in het bevlekken van een - in het beste geval - goed idee. Ik ging op zoek naar de meest exotische termen, de meest bizarre beelden en de meest onmogelijke zinsconstructies, in de idiote illusie dat dit egodansje met de taal dan wel onvermijdelijk in 'grote dichtkunst' zou uitmonden. Niet dus. Integendeel, ik schreef mij steevast steeds verder weg van wat ik eigenlijk wilde zeggen. Ik riep met elk woord: "Kijk, kijk wat ik kan!" En niemand keek. En al de anderen vielen in slaap na gemiddeld de tweede zin. Dan kan ik de lezer beter vragen om gewoon zijn ogen dicht te doen. Veel doeltreffender.
Begrijp mij niet verkeerd. Dit is geen pleidooi voor zo gewoon mogelijk schrijven, of voor zoiets als zuinigheid of soberheid. Een goede tekst kan net zo goed scherp zijn als zacht, koel als flamboyant, zuinig als overvloedig...Het is fantastisch wanneer bijvoorbeeld een ietwat bevreemde woordcombinatie bij mij meteen een hele trein aan associaties op gang brengt. Als schrijver moet ik mij onderscheiden door een geraffineerd en zeer persoonlijk gebruik van taal. Dat spreekt voor zich. Daar ligt mijn talent, daar raakt mijn vakmanschap mijn verlangen.
Kill my darlings dus. Als een goed schrijver moet ik tegelijk overgevoelig en bikkelhard zijn. Ik moet op zoek gaan naar de meest scherpe woordcombinaties, maar tegelijkertijd zo streng zijn om ze enkel in te zetten wanneer ze de onderliggende boodschap beter overbrengen dan de eventuele 'gewonere' varianten. En niet de minste afbreuk doen aan de leesbaarheid van het beeld.
Schrijven is een drang, voor mij, en dat klopt volgens velen. Maar goed schrijven is een opdracht. Ik moet niet met een tekst verleiden, maar erdoorheen. Ik moet de taal zich niet laten aanstellen. Het gaat niet om de taal, het gaat om het idee erachter, om de emotie eronder. Taal is een gereedchap, geen doel.
Taal is een gereedschap, niet meer of niet minder. Vooral niet meer! Als lezer heb ik geen interesse in taal. Ik lees geen taal, ik lees dankzij taal. Door middel van de taal. Ik wil dwars door de taal heen aangesproken worden door een idee, een beeld, een gevoel... Ik wil een verse brok denk - of voelvoer krijgen, een stevige mentale stelling waarop ik vervolgens zelf naar eigen goeddunken kan beginnen te wankelen.
Als ik televisie kijk zit ik toch ook niet naar het scherm zelf te kijken? Ik kijk naar het beeld dat erdoorheen geblazen wordt. Ik wil informatie krijgen, ontroerd, verrast, ja eventueel zelfs irritatie opwekken door wat mij wordt voorgeschoteld. Maar niet door de ruis op het scherm. Op precies dezelfde manier is taal een doorgeefluik, een dienaar van communicatie.
Als ik schrijf moet ik taal genadeloos buigen rond het idee dat ik wil uitdrukken. Ik moet haar onderwerpen, gebruiken. Er mee experimenteren, maar niet verheerlijken, er niet op geilen.
Taal fungeert als een lens. De achterliggende boodschap moet er dan ook zo perfect mogelijk door in beeld gebracht worden, zo intens mogelijk versterkt. Zo nauwkeurig mogelijk scherp gesteld. En dus moet de lens helder zijn. Of het nu om een handleiding gaat, een krantenartikel, een reclame slogan, een column of een gedicht, dat doet niets terzake. Al naar gelang het soort tekst zal een andere lens ingezet worden: een iets boller exemplaar, of een sterk subjectief gekleurd exemplaar, of een zeer ironisch geslepen exemplaar, maar in elk geval een zuiver exemplaar.
Ik probeer dus voortaan gewoon te schrijven wat ik te zeggen heb. Slijp als een vakman aan mijn beeld tot het scherper, mooier, nieuwer, harder, treffender, groter, kleiner...wordt. Maar ik maak het beeld niet moeilijker, vervuil het niet met literair gedoe.
Als lezer wil ik geen code ontcijferen, ik wil lezen. De taal moet het liefst zo nauwgezet gepolijst worden dat ze als het ware zelf uit het zicht verdwijnt. Zoals een televisiescherm verdwijnt. Of een brilglas. Je kijkt tenslotte ook alleen maar naar die dingen wanneer ze niet goed werken of vuil zijn. Het achterliggende beeld zelf moet ook licht geven, anders is het gehele schrijfsel al bij voorbaat een volstrekt zinloze operatie. Evenmin mag de taal als een vettige film over het oorspronkelijke beeld gaan liggen.
Toch liep het ontzettend vaak fout. Talrijk zijn de voorbeelden waarbij ik op irritante en vermoeiende wijze uitpakte met de taal zelf. Waarbij ik allerlei extatische taalkunstjes opvoerde als een soort literaire masturbatie. Hoeveel dichters wentelen zich niet zo blind en zelfgenoegzaam in "taligheid" dat ze er tenslotte zelf hopeloos in verstrikt geraken? En hun lezers helaas vlotjes met hen. Ook ik stak kostbare tijd en energie in het bevlekken van een - in het beste geval - goed idee. Ik ging op zoek naar de meest exotische termen, de meest bizarre beelden en de meest onmogelijke zinsconstructies, in de idiote illusie dat dit egodansje met de taal dan wel onvermijdelijk in 'grote dichtkunst' zou uitmonden. Niet dus. Integendeel, ik schreef mij steevast steeds verder weg van wat ik eigenlijk wilde zeggen. Ik riep met elk woord: "Kijk, kijk wat ik kan!" En niemand keek. En al de anderen vielen in slaap na gemiddeld de tweede zin. Dan kan ik de lezer beter vragen om gewoon zijn ogen dicht te doen. Veel doeltreffender.
Begrijp mij niet verkeerd. Dit is geen pleidooi voor zo gewoon mogelijk schrijven, of voor zoiets als zuinigheid of soberheid. Een goede tekst kan net zo goed scherp zijn als zacht, koel als flamboyant, zuinig als overvloedig...Het is fantastisch wanneer bijvoorbeeld een ietwat bevreemde woordcombinatie bij mij meteen een hele trein aan associaties op gang brengt. Als schrijver moet ik mij onderscheiden door een geraffineerd en zeer persoonlijk gebruik van taal. Dat spreekt voor zich. Daar ligt mijn talent, daar raakt mijn vakmanschap mijn verlangen.
Kill my darlings dus. Als een goed schrijver moet ik tegelijk overgevoelig en bikkelhard zijn. Ik moet op zoek gaan naar de meest scherpe woordcombinaties, maar tegelijkertijd zo streng zijn om ze enkel in te zetten wanneer ze de onderliggende boodschap beter overbrengen dan de eventuele 'gewonere' varianten. En niet de minste afbreuk doen aan de leesbaarheid van het beeld.
Schrijven is een drang, voor mij, en dat klopt volgens velen. Maar goed schrijven is een opdracht. Ik moet niet met een tekst verleiden, maar erdoorheen. Ik moet de taal zich niet laten aanstellen. Het gaat niet om de taal, het gaat om het idee erachter, om de emotie eronder. Taal is een gereedchap, geen doel.
de ruimte die ik inneem
net als Andy Warhol vraag ik mij af hoe andere mensen toch kunnen eten en praten tegelijkertijd zonder er belachelijk uit te zien. Het is net als neuken en telefoneren tegelijkertijd...de gezichten die we dan trekken.
Maar daar gaat dit verhaal helemaal niet over. Het gaat meer over die dekselse mossel. Deze linkerd ontglipte de mal van de maatschappij door zich in zijn eigen ik te gieten. Anderen en soortgenoten delen met hem de anti-zee. Hij is volmaakt. De mossel is zijn eigen mal. Hij zou zichzelf kunnen afgieten in zijn eigen schelp. IK besta, anders dan de mossel, juist uit allerlei restruimtes.
Mijn oude huis van drie verdiepingen had, inelkaar gestort, nog maar een hoogte van zo'n anderhalf meter. Huizen, net als de levens die erin geleefd worden, bestaan grotendeels uit ruimte. Het zijn de ruimtes die ertoe doen, meer dan de stenen die de ruimtes afbakenen.
Ruimtes in mijn leven kunnen allerlei vormen aannemen. Het is het schijnbaar eindeloze wachten op iemand die te laat is. Het is die dagdroom die ik me later niet meer kan herinneren. het is de naam van die ene acteur uit die ene film met die dinges waar ik niet op kan komen. Het is geen leegte, maar een restruimte van iets anders, die zelf betekenis krijgt of iets oproept.
Deze ruimte kan ik ook vinden in een gedicht. De witregel is niet alleen een pauze voordat de volgende regel zich aandient, maar een ruimte waarin ik als lezer mijn eigen gedachten de vrije loop kan laten gaan voordat het gedicht mij weer op een zeker pad zet.
De foto 'Leap into the Void' van Yves Klein speelt met verschillende ruimtes. Het is een fotomontage waarop je hem ziet duiken in de lucht, vanaf een heel laag muurtje. Hij duikt gracieus alsof hij op een vijftien meter hoge duikplank stond. De ruimte tussen hem en de grond is te krap. Hij zal op een verschrikkelijke manier neerstorten, hij zal zijn tanden en de rest breken. 'Hij gaat zijn nek breken' denk ik wanneer ik hem daar zo in de lucht ziet hangen, totdat ik mij realiseer dat hij er eeuwig zal blijven hangen. Hij laat iets zien van de aard van de fotografie: het stollen van tijd en ruimte. Tegelijkertijd lijkt hij daar met zijn duikvlucht aan te willen ontsnappen. Hij hangt in een ruimte tussen wat hij wil en wat hij uitbeeldt in.
Noch mijn hand, noch de vorm die mijn hand achterlaat is van belang. In de ruimte rondom het kunstwerk, of tussen de regels door, ontstaat het kunstwerk en het gedicht pas echt.
Mijn hand zet vijf vingers in het gips
en wanneer ik mijn hand terug wil
nemen als woorden waar ik spijt
van heb zijn de stenen vingers
van een ander die me wijzen
op de afstand tussen mij
en dit gedicht dat ik je geef.
Maar daar gaat dit verhaal helemaal niet over. Het gaat meer over die dekselse mossel. Deze linkerd ontglipte de mal van de maatschappij door zich in zijn eigen ik te gieten. Anderen en soortgenoten delen met hem de anti-zee. Hij is volmaakt. De mossel is zijn eigen mal. Hij zou zichzelf kunnen afgieten in zijn eigen schelp. IK besta, anders dan de mossel, juist uit allerlei restruimtes.
Mijn oude huis van drie verdiepingen had, inelkaar gestort, nog maar een hoogte van zo'n anderhalf meter. Huizen, net als de levens die erin geleefd worden, bestaan grotendeels uit ruimte. Het zijn de ruimtes die ertoe doen, meer dan de stenen die de ruimtes afbakenen.
Ruimtes in mijn leven kunnen allerlei vormen aannemen. Het is het schijnbaar eindeloze wachten op iemand die te laat is. Het is die dagdroom die ik me later niet meer kan herinneren. het is de naam van die ene acteur uit die ene film met die dinges waar ik niet op kan komen. Het is geen leegte, maar een restruimte van iets anders, die zelf betekenis krijgt of iets oproept.
Deze ruimte kan ik ook vinden in een gedicht. De witregel is niet alleen een pauze voordat de volgende regel zich aandient, maar een ruimte waarin ik als lezer mijn eigen gedachten de vrije loop kan laten gaan voordat het gedicht mij weer op een zeker pad zet.
De foto 'Leap into the Void' van Yves Klein speelt met verschillende ruimtes. Het is een fotomontage waarop je hem ziet duiken in de lucht, vanaf een heel laag muurtje. Hij duikt gracieus alsof hij op een vijftien meter hoge duikplank stond. De ruimte tussen hem en de grond is te krap. Hij zal op een verschrikkelijke manier neerstorten, hij zal zijn tanden en de rest breken. 'Hij gaat zijn nek breken' denk ik wanneer ik hem daar zo in de lucht ziet hangen, totdat ik mij realiseer dat hij er eeuwig zal blijven hangen. Hij laat iets zien van de aard van de fotografie: het stollen van tijd en ruimte. Tegelijkertijd lijkt hij daar met zijn duikvlucht aan te willen ontsnappen. Hij hangt in een ruimte tussen wat hij wil en wat hij uitbeeldt in.
Noch mijn hand, noch de vorm die mijn hand achterlaat is van belang. In de ruimte rondom het kunstwerk, of tussen de regels door, ontstaat het kunstwerk en het gedicht pas echt.
Mijn hand zet vijf vingers in het gips
en wanneer ik mijn hand terug wil
nemen als woorden waar ik spijt
van heb zijn de stenen vingers
van een ander die me wijzen
op de afstand tussen mij
en dit gedicht dat ik je geef.
Abonneren op:
Posts (Atom)
