zondag 11 januari 2009

twitter

“Frank Zappa zei al eens; DON’T EAT THE YELLOW SNOW!”

Was mijn ‘comment’ op de ‘twitter’ van een vriendin op Facebook, die ik ken door de hoofdrol die ze speelde in een independent Martial Arts Movie (BumFu!) waar ik ook enkele frames in te bewonderen was. Digitaal deelde ze mee over pijn in haar buik na enthousiaste en overmatige consumptie van ‘verse’ sneeuw.

“Tja... ben gewoon nogal koppig. Wil dingen dan TOCH even zelf uitproberen. Plus neigde het toch echt naar beige en DAAR heb ik hem nooit over gehoord.”

Reageerde ze integer.
Om mij vervolgens hard op het hart te drukken dat ze het vanaf nu bij witte sneeuw zou houden en haar reactie af te sluiten met een vraag.

“Zijn er nog regels omtrent het drinken van smeltend ijs waar ik van op de hoogte gebracht moet worden? (niets is meer veilig voor mijn maagsappen, of andersom...Net hoe je het bekijkt)”

Las ik op mijn 20 inch beeldscherm.

“ehmmm...
*slik pas door als volledig gesmolten?
*KEEP DRINKING IT; doe je Al Gore en de mensheid een plezier mee?
*zonder rietje gaat het minder snel maar is ook minder feestelijk?
*geef het de voorkeur boven het drinken van je maagsap?
eigenlijk ben ik niet zo goed met regeltjes...


Was mijn eerste integere ingeving terug naar haar profiel.

“Ik vind het wel leuk dat AL je regels vragen zijn! :) Had gewild dat de regels van mijn ouders in die vorm waren gekomen;
Ga jij nu die snoeppot neerzetten? ik: Nee!
Is het al bedtijd? ik: Nee! (was het ook echt niet! En is het nog steeds nooit.)
Stoppen jullie nu met vechten!? Wij: Nooit!
...Dan was ik nu dik, oververmoeid en ontzettend goed in het incasseren en/of uitdelen van vechtbewegingen (zoals flying kicks en dergelijke)
Doch, ondanks enig tekort aan overtuigende kracht, zal ik je regels in acht nemen zodra de ijssmelttijd daar is...
Ik zie op jouw laatste ‘twitter’ dat jij een verkoudheidje geniet? Beter- of eigenlijk gewoon bestschap toegewenst! Dat je snel weer best moge worden :)
(ik persoonlijk zou al genoegen nemen met goedschap, maar ik ken je niet goed genoeg om te bepalen of jij dat ook zou doen).”


Was haar voor mijn part literaire reply.

“HAHA! dik en oververmoeid, en toch ontzettende flying kicks uitdelen en incasseren...jammer hoor. nu ben je slechts een filmster, super slank, creatief en gaat o.a. los op dub step (zo goed ken ik je dan ook wel weer).
en dank! goedschap, beterschap, bestschap...ik neem iig veel genoegen aan gemeenschap ;)

de ijssmelttijd zal nog wel even op zich laten wachten; zo niet, neem dan alsjeblieft mijn regels NIET in acht (of negen).
ennuh, als je het aan mij vraagt staan achter alle regels, van wie ze ook mogen zijn, een vraagteken. dat is de enige regel waar ik naar leef.


Gelukkig was hierbij ons digitaal pingpong balletje in het netje beland. Waar al dat ‘getwitter’ al niet tot raar gekwetter kan leiden.

Ben benieuwd waar vogeltjes het al die tijd over hebben.

zaterdag 10 januari 2009

sambal bij?

Gisteren zag ik een film in de bioscoop waarin Keanu Reeves een buitenaards wezen speelt (Klatuu), die de aarde komt redden van de mensheid. Een naar mijn mening niet geweldige film, maar toch wel met een zinnige en zeer actuele boodschap; de mens verandert pas wanneer hij op de rand van de afgrond staat. Volgens de makers van deze film, die vast ook die documentaire van Al Gore gezien hebben, staan we momenteel op de rand van de grootste afgrond. Tijd voor ons om te veranderen dus.

Sommige dingen lijken echter nooit te veranderen bij sommige mensen. Ergens in het midden van de film voert Klaatu een dialoog met een collega buitenaards wezen in een Chinees dialect. Tijdens deze scene hoorde ik vanaf meerdere stoelen in de bioscoop een spottend gegiechel opstijgen.

Natuurlijk; de Chinees taal klinkt nog grappiger dan tafeltennissen met sambaballetjes, voor diegenen die de Chinese taal niet beheersen. Maar er zijn zelfs Nederlanders die anno 2009 nog steeds dolle pret beleven wanneer ze "sambal bij" naar me roepen als ik voorbij fiets (ik ben overigens Indonesisch). Ik reageer meestal met een ongeïntimideerde glimlach; zij kunnen nu eenmaal ook niet ruiken dat ik hun eigen Nederlandse moedertaal stukken beter beheers dan zijzelf.

Bovendien ben ik niet wraakzuchtig of haatdragend. Andermans onwetendheid is niet mijn probleem, ook al proberen ze mij er mee te beledigen. Het is nog steeds meer zijn probleem dan die van mij. Ik geloof in karma; de daad is de straf, of de zegen. Tevens ben ik mij er van bewust dat een vijfde van de aardbevolking Chinees is. Als ik zelf iets of iemand zou willen beledigen dan zou het de panda beer zijn, want daar zijn er niet zoveel van en dus weinig kans op wraakacties. Beetje laf, dat wel.

Als ik mensen in een vreemde taal hoor praten dan vraag ik mij altijd af hoe zij naar mij luisteren als ik met iemand Nederlands aan het praten ben. Hoe idioot grappig moet Nederlands wel niet klinken voor iemand die de taal niet machtig is? Met al zijn harde g's (behalve in het Zuiden dan) en sissende 's' en niet vergeten de 'sch'.

Op dit moment stijgt er in bioscopen her en der in China een spottend gegiechel op tijdens de vertoning van een ongesynchroniseerde versie van de film Wit Licht; en niet zozeer om het soms zeer lachwekkend ongeloofwaardige plot.

"Rare frikadellen; hun 'r' klinkt als een 'r'."

dinsdag 6 januari 2009

loyaliteit in de aanbieding (deel 2)

Vreemdgaan loont. Vooral niet klanten worden beloond. Ontrouw loont. Als ik abonnee word van een tijdschrift krijg ik een mooi welkomstcadeau of een korting. Als ik al jaren lid ben krijg ik niets.

Vooruit; als trouwe klant ken ik je product al, dus je hoeft me niet meer te overtuigen om het product te proberen. Maar wat doe je om mij als trouwe klant te behouden? Als de kwaliteit niet op zijn minst consistent is of ik niet emotioneel gebonden ben kan ik snel ontrouw worden. Een trouwe hond zijn is nu eenmaal niet menselijk.

Mijn zorgverzekeraar biedt nieuwe klanten een gratis welkomstcadeau aan. Maar ik als trouwe klant krijg niks aangeboden? Dus bellen maar!

“krijg ik het cadeau ook als ik bestaande klant ben?’

Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Het antwoord was uiteindelijk

“nee”

Ik vroeg

“wat als ik mijn verzekering opzeg en opnieuw klant wordt?”

het bleef iets langer stil aan de andere kant van de lijn dan na mijn vorige vraag. Het antwoord

“nee, u krijgt het welkomstcadeau alleen als u langer dan een half jaar geen klant bent van ons.”

Best raar met jaarcontracten, maar dit even terzijde.

“als jullie trouwe klant wordt ik dus eigenlijk gestraft . Ik kan dus eigenlijk beter geen klant zijn, want dan krijg ik nog eens wat.”

het bleef heel lang stil aan de andere kant van de lijn

loyaliteit in de aanbieding (deel 1)

Elke multinational, merk, bedrijf, restaurant, winkel of supermarkt wil een tevreden klant. Als het goed is tenminste. Het vervelende voor hun is dat een tevreden klant niet garandeert dat deze klant ook trouw blijft kopen.

Nergens in de wereld worden zoveel zegels gespaard als in Nederland. Er gaat momenteel vijf miljard euro per jaar om in spaarsystemen. Spaarsystemen passen bij de zuinige Nederlander want het is toch zonde om de korting mis te lopen. Tijdens acties vergroot de klantengroep en daarnaast ook de omzet van een bedrijf. Maar helaas voor het bedrijf is het effect maar tijdelijk.

Klanten die niet vreemd gaan zijn schaars. Ik ga ook vreemd als een klant met een midlifecrisis. Ik ben één van de kritisch wordende consumenten. En de ontrouwe consument. Loyaliteit bestaat niet. Het is op zijn minst een begrip waar het moeilijk mee werken is. We zijn allemaal te koop. Zeker als we gekocht worden met een beter product of een lagere prijs. En ik heb een hekel aan zegeltjes.

Ik hop van uitverkoop naar aanbieding naar actie, als ik weer eens iets wil kopen. Loyaliteitsacties bestaan al zo lang als Retail bestaat. Eigenlijk kopen loyaliteitsacties mijn ‘loyaliteit’. Puur en alleen op dat ene moment van aankoop. Ik ben hierdoor in feite loyaal aan het geldelijke voordeel. Kortom, het geld is de grote invloedsfactor op mijn ‘loyaliteit’ als consument (ik ben nou eenmaal geen miljonair). Ik ben niet merktrouw; ik ben voordeeltrouw.

“natuurlijk mag u mijn bonuskaart even lenen, wilt u misschien ook mijn zegeltjes?”

doe mij die maar

Keuzes, keuzes, keuzes, keuzes, keuzes, keuzes, keuzes, keuzes, keuzes, keuzes.

In een Starbucks stel ik de simpele vraag of ik een thee mag. “Natuurlijk”, is het antwoord. Opgelucht trek ik mijn portemonnee. “klein, medium of groot? Kamille, zoethout, citroen, kaneel, gele, groene, Chinese, Earl Grey, smaak enzovoorts, of gewone thee? Ik kies maar voor de gewone thee (wat is dat eigenlijk; gewone thee?).
Als laatste optie was deze makkelijk te onthouden en ze hadden geen optie die ‘de lekkerste’ heette. In grote uitvoering, want ik heb dorst gekregen van het kiezen.

De ‘extreme aversion bias’ gaat vanzelfsprekend ook voor mij op. De toename van het aanbod heeft mij het leven niet makkelijker gemaakt. Hoe kan een consument eigenlijk nog de kwaliteit van een product of dienst beoordelen? Door de toename van het aanbod wordt de markt voor mij steeds minder transparant. En leidt meer keuzevrijheid zeker niet altijd tot betere keuzes.

Ik ben al blij zat dat ik geen koffie lust, wat heel soms best jammer is, maar nu even niet. Bij Starbucks zijn er namelijk eindeloze mogelijkheden om je koffie persoonlijker te maken. Zo zijn er elf soorten siroop, zes soorten melk, daarnaast de keuze van het formaat, extra shots, schuim of geen schuim, extra heet (want je wil een kwartier wachten met drinken of je tong branden) en ga zo maar door. Het schijnt dat er 19.00 verschillende mogelijkheden van Starbucks koffie zijn en dat zijn er heel erg veel. Er zijn echter veel meer dan 19.000 mensen. Dus hoe persoonlijk kan je koffie nou eigenlijk echt worden?

De 19.00. verschillende mogelijkheden betekent dat een bestelling ongeveer zo kan klinken: nonfat half-caff-tripple-grande quarter sweet sugar-free vanilla nonfat-lactaid extra hot extra foamy caramel macchiato. Of doe toch maar een...

Hoezo kiezen? Geef me gewoon wat ik wil!

zondag 4 januari 2009

gevangenis

Er voor zorgen dat ik als klant producten van je blijf kopen kan het beste door mij als klant bijna letterlijk aan je te binden. De zogenaamde ‘Lock In’, zegt men (wie is dat toch altijd?). Een veel voorkomend fenomeen.

Probeer maar eens van bank te wisselen, niet die bank in je woonkamer, maar die bank waar je geld aan toevertrouwd en die geld creëren door leningen te verstrekken. Van bank wisselen is niet iets om vrolijk van te worden, dus doe ik het maar niet. Om dan te zeggen dat ik loyaal ben, nou nee. Ik heb gewoon geen zin om al die moeite te doen en weet niet hoe ik er op een makkelijke manier van af kan komen (die bank in mijn woonkamer gaat tenminste zo uit het raam of naar een kringloop). Ik kan er ook de motivatie niet voor opbrengen.

Deze Lock In doet me denken aan vervelend huiswerk; aan een straf. En bij mijn weten is een gevangene niet loyaal aan de gevangenis. Maar het kan natuurlijk aan mij liggen.

reclame boodschap

De kracht van reclame is herhaling. Het is net als een willekeurig persoon van straat pikken, die persoon elke dag met zijn gezicht op televisie gooien, te gast laten zijn bij De Wereld Draait Door en een jury lid laten zijn in een panel van een afval race programma. Zorg er voor dat deze persoon ook nog door alle andere media wordt opgepikt en deze persoon, die verder helemaal geen talenten of vaardigheden hoeft te hebben die hem onderscheiden, zal al snel een BNN’er worden.

De wereld is net een grote reality show vol reclameblokken en ‘product placements’. Verzekeraars communiceren vaak dat je zeker van ze kunt zijn. Glashelder, gewoon even bellen. Wasmiddelen beloven dat ze schoon wassen, ook op 30 graden, want dat is beter voor het milieu. Farmaceutica vertellen dat hun pillen je beter maken (je wordt er dus niet zieker van?). Alsof een automerk gaat communiceren dat de auto’s rijden en kleurentelevisie producenten beloven dat ze het doen. Ik mag het wel hopen ja.

Als onze wereld dan een grote reality show is, dan mag hij van mij gecancelled worden, de show dan, niet de aarde.

donderdag 18 december 2008

drank maakt meer goed dan je lief is

Ik vind het mooi om samen vreemdelingen te zijn, dus een eerste sexy date met een romantische vrouw speelt zich voor mij bij voorkeur af op neutraal gebied. Iedereen weet dat dronken worden een prachtige gelegenheid is om verborgen eigenschappen van jezelf en anderen mede dronken mensgenoten te ontdekken. Samen dronken worden op vreemde grond op een eerste sexy date geniet dus nog meer mijn voorkeur dan mijn seksuele.

Heel lang vond ik alcohol simpelweg niet lekker en had ik een hekel aan dronken mensen. Ondertussen leef ik in volledige vrede met alcohol en dronken mensen. Ik laat tegenwoordig alles wat ik in mijn dagelijks leventje zo keurig weet te verstoppen regelmatig, na een paar biertjes teveel, gezellig naar boven komen. In mijn gevalletje komt dan het kind, zeg maar baby, in mij weer naar boven, dat in deze toestand niet zo verlegen is en over indrukwekkende ‘so you think you can dance’ kwaliteiten blijkt te beschikken. Het nadeel is dat ik nog meer ga lullen dan ik normaal al doe, alleen zeg ik nu de dingen die ik anders nooit durf te zeggen en vertel ik verhalen die ik eigenlijk tegen niemand wilde vertellen. Wat dat betreft is alcohol een soort van zelftoegediende waarheidserum in vloeibare en onnodig veel verschillende merken verkrijgbare vorm. Op sommige waanzinnige gastenlijst feestjes bepaal ik met behulp van alcohol zelf wel hoe ver ik te ver kan gaan. De duurste drank die ik ooit heb mogen drinken is dan ook gratis alcohol.

Alcohol, maar ook vermoeidheid en stress, is vaak een verklaring geweest voor gedrag dat ik niet zo goed van mezelf ken. Het haalt de schaduwkant van mijn persoonlijkheid naar boven. Zo heb ik ook een kornuit die in dronken modus alles doet, onzeker mannetje dat hij is, om de aandacht op hem gevestigd te krijgen, waarbij hij naast bijzonder grappig ook behoorlijk baldadig kan worden. Dikwijls heb ik hem dan ook in een authentiek vuistgevecht zien belanden die niet zou misstaan in een oude Batman & Robin televisie episode inclusief tekstballonnetjes als geluidseffecten. Zeker wanneer hij weer eens zeer, overigens geniale en hilarische, seksistische grappen heeft gemaakt over andermans geile vriendinnetjes. De omtrek van borstkas en biceps van de vriend van het desbetreffende en vaak op een foto model lijkend vriendinnetje, maakt hem overigens ook nooit een zak hooi uit. Ik verdenk mezelf er van, dat ik net zo vaak de handdoek voor hem in de ring heb mogen gooien dan ik toiletpapier voor hem heb gestolen om zijn mond mee af te deppen nadat hij met glazig ogen zat bij te komen van het uitkotsen van een straatpizza. Vervolgens hoor ik de dag er op dat hij alweer op straat ergens tussen plaats delict en zijn woning in slaap was gevallen.

Mijn schaduwkant is de persoon die ik niet wil zijn, maar wel ben. Onbewust doe ik mijn best om mijn minder mooie kanten verborgen te houden, voor de verwachtingsrijke en oordelende buitenwereld, maar vooral voor mijzelf. Ik heb een vuilnisbak waar al mijn eigenschappen in verdwijnen waar ik vanaf jongs af heb geleerd dat ze niet goed zijn. Het zou heerlijk zijn om af en toe is gewoon iets tot de ziel kwetsend te zeggen tegen iemand, of een enorme ‘suckerpunch’ in het gezicht te doneren, die mij oprecht niet aanstaat. Gelukkig hebben mijn ouders vroeger braaf hun best gedaan om mij dat af te leren. Een innerlijke vuilnisbak met ongecontroleerde woede en liefde, sterke seksuele driften, ziekelijke jaloezie, het is allemaal weggestopt gedrag dat ik altijd met me meedraag. In tegenstelling tot het vuilnisbakje op het scherm van mijn kaviaardure MacBook kan ik de inhoud hiervan nooit definitief verwijderen. Maar in dronken toestand staat het allemaal in Japan tempo weer op mijn desktop op ‘Realplayer’ te draaien.

Ik ben niet van mening dat mijn schaduwkant alleen maar narigheid bevat. Het is ook mijn schatkist vol spul waar ik afstand van heb gedaan, maar wat ik in mijn dagelijks leven goed zou kunnen gebruiken. Sommigen van mijn ogenschijnlijk onplezierige kanten zijn al die jaren misschien ten onrechte weggestopt. Eigenschappen die wel degelijk hun waarde hebben als ik ze niet als negatief zou bestempelen.

Ik voel mij dan ook een completer mens sinds ik vaker de bloemetjes buiten zet en meerdere kanten van mijzelf heb leren kennen, vooral de minder leuke. Mijn minder leuke kanten heb ik vooral ontdekt door heel kritisch mijn medemensen te observeren. Alles wat ik bewonder in iemand en alles wat mij ergert aan iemand, heeft geholpen mijzelf beter te begrijpen. Iedereen is een spiegel voor me. De eigenschapen van een ander waar ik mij aan erger of die ik bewonder, zijn de eigenschappen die ik zelf misschien iets teveel heb of juist iets meer van zou kunnen gebruiken.

De afkeer die ik heb van mannen die behoorlijk vrij omgaan met vrouwen vertelt mij dat ik zelf wat minder geremd zou willen zijn. Dat ik best toe zou mogen geven aan mijn seksuele gevoelens. Dat vreselijk kapsones joch van mijn middelbare school die altijd maar opschepte over hoe goed hij overal in was, heeft mij geleerd om mezelf wat vaker met correcte zelfingenomenheid op de natuurlijk onbehaarde borst te kloppen. Af en toe ben ik veel te bescheiden, al zeg ik het zelf, waardoor ik nooit helemaal goed uit de verf kom.

Met de toepassing van deze ‘spiegelogica’ helpt iedereen mij op genereuze en geheel onbaatzuchtig manier steeds meer te worden wie ik ben. Ik heb positieve en negatieve kanten die bij elkaar horen. Ik heb ze allebei volledig inzetbaar nodig om te kunnen groeien. Slechte eigenschappen waren per definitie pijnlijk om onder ogen te zien, maar hoe pijnlijker het was, hoe blijer het me uiteindelijk maakte. Het was niet leuker dan Sinterklaas zijn baard eraf trekken om de mindere kanten van mijzelf te leren kennen, maar dronken was het wel makkelijker om ze te ontdekken, en het leverde me wel een terra-bite aan informatie over mijzelf op.

Tegenwoordig smaakt alcohol me een stuk beter, maar ik voer hier geen campagne voor openbare dronkenschap. Ik besef wel dat drank in zekere zin en tot op zekere en eenzame hoogte niet alleen meer kapot maakt dan me lief is, maar ook meer goed maakt dan me lief is. Denk dat ik Darth Vader zo even sms om een drankje te gaan drinken in cafe The Darkside en een toost uit te brengen op de mij die ik niet wil zijn. Proost, en neem er zelf ook eentje teveel, maar met mate.

schietschrijf

mensen vragen mij wel eens waarom ik schrijf, aangezien ik er niet rijk van ben geworden en het er waarschijnlijk ook nooit door zal worden. alhoewel ik als copywriter af en toe echt schandalig hoge uurtarieven kan hanteren. plus al die uren die je alleen doorbrengt met je schriftje en papier...

het snelste antwoord dat ik kan geven is:”omdat ik het leuk vind”. maar ik doe het natuurlijk omdat het een uitlaatklep is. om mezelf aan me uit te leggen. om al mijn opgedane kennis en ervaring te ordenen. pure zelftherapie.

er zijn drie visies op mezelf: vanuit mezelf, vanuit de spiegel en vanuit het publiek. als ik schrijf, ben ik bezig met het effect wat ik heb op mensen, op het publiek. ik wil communiceren en gecommuniceerd worden. ik wil mijn gedachten delen, omdat ik dan weet dat ik niet alleen ben. als ik ooit een boek zou schrijven is het voor mij een lange e-mail aan hopelijk een heleboel mensen. ik wil delen wat in mij is, maar ik hou ook rekening met het effect van mijn woorden op het publiek. zoek ik erkenning, of liefde, wil ik mensen vermaken?

tot mijn 25ste schreef ik voor mijzelf, puur voor mijzelf. totdat ik op een dag ineens een switch omzette en ging schrijven voor een denkbeeldig publiek. waar ik toen ook ineens 300 koppensterk voor op het podium stond, met een heuse cabaret act van 20 minuten. daarin deed ik mijn zeer persoonlijke gedachten uit de doeken, kondigde mij aan als een ‘CabareSoof’ en deed mijn ding als onervaren podium maagd (alhoewel ik al vaak op het podium had gestaan toen ik nog gitaar speelde in een metal-band, maar dit was wel even wat anders).

de reacties waren verrassend positief. cabaretier guido weijers bood zelfs aan om mij te begeleiden in mijn ‘carrière’, maar ik ben toch meer van de theo maassen’s in het land der cabaretiers. bovendien was het niet mijn ambitie om cabaretier te worden. het was zo’n ‘try before you die’ moment, ik wilde gewoon kijken of ik wat te melden had, iets waardevols kon overdragen buiten seksuele aandoeningen. die ik overigens niet heb.

het antwoord was bevredigend, de jury vond mij origineel, spannend, intelligent grappig, mijn act had een duidelijke kop staart en rode draad, maar ik was nooit hilarisch. ondanks mijn onervarenheid en gespannenheid viel het hun op dat ik wel de aandacht van het publiek vast hield, maar ze dachten dat ze me avondvullend niet konden volhouden. precies wat ik al dacht van mijzelf. maar ik had mensen geraakt met dingen die mij raakten. en ik werd nog meerdere malen herkend en aangesproken door mensen uit het publiek toen ik allang weer als anonieme burger door het leven ging.

deze op moedige manier behaalde ervaring hielp mij helemaal van mijn schroom af. ik voelde mij ineens verplicht om mijn gedachten te delen, ook al werd ik niet altijd begrepen. nog steeds niet. en er was ook natuurlijk enige arrogantie voor nodig om te denken dat ik iets toe te voegen heb. maargoed, bevestiging alom, al is het vaak maar van enkele personen.

schrijven helpt mij ook om het verleden een beetje te herstellen. er zijn vroeger dingen gebeurd die ik met niemand zal bespreken, behalve dan met de direct betrokkenen. "none that need to be spoken".
maar in principe schrijf ik omdat ik gek ben op letters, woorden, zinnen, verhalen, metaforen en boodschappen.

omdat ik het niet laten kan.

identiteitsproblemen

hoor ik bij de blanke mensen of bij de gekleurde? volgens vele doctoren die onderzoek deden naar de identiteitsvorming van geadopteerden, is dit voor veel adoptiekinderen een issue. nu ben ik niet geheel ontoevallig een gekleurd adoptiekind, uit jakarta wel te verstaan.

sinds mijn derde levensjaar woon ik in nederland in een adoptie gezin. natuurlijk voelt het leven voor mij sindsdien vaak als een dubbelrol, terwijl ik er zeker niet dubbel voor uitbetaald krijg of er een oscar mee ga winnen.
maar even serieus, terwijl ik opgroeide voelde ik mij vaak tot de ‘witte’ categorie gerekend. ‘jij bent ook gewoon nederlands, van binnen ben jij ook blank’. in mijn gezin werd vaak geen aandacht besteed aan het feit dat ik een ander kleurtje had, ze beschouwden mij als gelijke en ik leerde dan ook geen verschil tussen ons als mensen. maar op school werd ik aangesproken op mijn kleur wanneer andere kinderen me wel eens poepchinees noemde. ik moest continu switchen tussen waar ik bij hoorde. ik ontwikkelde een meervoudige identiteit, een talent dat ik denk ik ook wel zou hebben als ik niet van javaanse afkomst zou zijn. want zoals typhoon zegt in ‘zo niet mij, maar toch ben ik het’: “fok 1, ik ben meerdere personen!”

mijn adoptieouders hadden er natuurlijk een goede reden voor om mij als kind te willen ‘witwassen’. ze ontkennen de kleur, omdat het kind daarmee 100 procent deel uitmaakt van het gezin. dit idee is natuurlijk hartstikke goed, maar het nadeel is dat ik dan als adoptiekind niet wordt voorbereid op allerlei probleempjes.

toen mijn ouders zeiden: ‘mijn kind komt weliswaar uit indonesië, maar eigenlijk is het gewoon mijn kind, ontkende ze op dat moment dat ik op straat wel geconfronteerd werd met mijn huidskleur. het was wellicht beter om mij als adoptiekind bewust te maken van mijn eigen kleur en geschiedenis, zodat ik al jong werd voorbereid op een volwassen leven in een maatschappij waarin ik wel degelijk wordt gezien als ‘anders’, dat wil zeggen als een nieuwe nederlander of een niet nederlander.

niet dat mijn ouders mij slecht hebben opgevoed, in tegendeel, ik ben elke dag dankbaar voor het gezin waarin ik als wees ben opgenomen. ze hebben mij alles geboden wat ze te bieden hadden, gaven mij kansen en opties die ik anders nooit zou tegenkomen, en ze houden van mij als biologisch familielid.
maar sommige dingen moest ik zelf leren in het leven, omdat zij simpelweg niet beter wisten, en daar geef ik mijn ouders nooit de schuld van.

ik heb lang genoeg zonder de waarden en oordelen van mijn ouders mogen leven om zelf te ontdekken wie ik ben. en het doet me dus ook niets als een blanke onwetende nederlander ‘sambal bij?’ of ‘kutchinees’ naar me roept als ik voorbij fiets (ja dat gebeurt anno 2008 nog steeds), terwijl ik hun eigen taal beter beheers dan menig nederlanders en ook vaak meer weet over hun eigen cultuur dan zijzelf. ook zij weten niet beter, en dat is niet mijn probleem.

mijn meervoudige identiteit heeft ook voordelen. ik ben er aan gewend dat ik vragen krijg uit de directe buitenwereld. ik heb een voorsprong op degenen die de vragen stelt. ik sta sterker in mijn schoenen. in de eerste plaats bescherm ik ook mijzelf. ik ben waardevol en niet een afgeleide van iets of iemand, en dat is een luxe bewustzijn. tijd hebben voor zelfanalyse betekent in luxe leven. ik begrijp volgens mij in tegenstelling tot autochtone nederlanders beter hoe bepaalde processen werken, zoals bijvoorbeeld hoe ongelijkheid werkt in de samenleving.

de dominante werkcultuur van nederland dwingt mij sowieso om aan te passen, te integreren. en daar zeur ik niet over ( alhoewel ik vind dat het leven veel te lang duurt om me aan te passen). ik heb een gereserveerde houding en ben cerebraal, ik ben gericht op denken. ik heb best een scherm om mij heen, toch deel ik mijn gevoel wel, maar met intimi, me vrienden. toch leerde ik om nuances aan te brengen in mijn gedrag en taalgebruik, zodat ik door mijn verbeterde sociale vaardigheden sneller werd geaccepteerd door ‘anderen’. en dat klopte ook voor mijn gevoel. ik mag afgerekend worden op mijn vaardigheden, op wat ik doe. niet op mijn kleur huid of afkomst. net zo min dat ik ermee zou willen pronken dat ik allochtoon ben, als dat überhaupt iets op zou leveren.

tot slot: dat ‘er anders uit zien’ moet men niet onderschatten. niemand is makkelijk te plaatsen. ikzelf confronteer mij al vaak genoeg met de vraag ‘wie ben ik?’ maar niet ik heb een identiteitsprobleem, mensen die anderen mensen niet kunnen zien als de persoon die ze echt zijn, door zich te concentreren op de talenten en vaardigheden die een persoon heeft, hebben een identiteitsprobleem.